Leren door Young Africa
De bevlogen Dorien Beurskens en haar man Raj Joseph startten 27 jaar geleden Young Africa. De organisatie biedt beroepsonderwijs, ondernemerschaps- en vaardigheidstrainingen aan jongeren in zes Afrikaanse landen. Het is een van de grotere private Nederlandse ngo’s die inmiddels 350.000 jongeren heeft bereikt.
’s Ochtends vroeg achter haar computerscherm op het hoofdkantoor van Young Africa in Zimbabwe maakt ze een levendige indruk. Dorien Beurskens (58) is niet anders gewend dan dat zij via Zoomverbindingen in contact staat met haar internationale collega’s. Als sociaal entrepreneur staat ze aan het hoofd van een team van 300 professionals, verspreid over zes landen. In Zimbabwe, Angola, Mozambique, Namibië, Zambia en Nigeria biedt Young Africa beroepsopleidingen aan in opleidingscentra via een franchiseformule. Alle scholingscentra zijn zelfstandige organisaties. De vakleraren die er lesgeven huren als zzp’ers een leslokaal en krijgen een kleine vergoeding van hun leerlingen. Alleen de managers rapporteren aan Dorien.
Zestig procent van de Afrikanen is jonger dan 25 jaar. Er bevindt zich op het Afrikaanse continent een reusachtig arbeidspotentieel, maar dat blijft grotendeels onbenut door het gebrek aan scholing van de straatarme bevolking. Dorien en haar echtgenoot besloten daar iets aan te doen. Met 1500 euro startkapitaal en enorme drive startten ze in 1998 in Zimbabwe hun eerste scholings- en trainingscentrum, vergelijkbaar met een ROC. Jongens en meiden kunnen er terecht voor allerlei praktijkopleidingen. In een halfjaar tijd worden ze opgeleid tot onder andere automonteur, styliste of horecamedewerker. Daarnaast krijgen ze les in maatschappijleer, digital skills, seksuele voorlichting en boekhouden. Psychische begeleiding en coaching is er desgewenst. ‘Niemand haakt af,’ zegt Dorien. ‘Leerlingen zijn over het algemeen heel gemotiveerd en ontzettend blij dat ze een doel hebben in het leven. En wij zijn blij dat we hun de tools kunnen bieden om zich te redden.’
‘Leerlingen zijn heel gemotiveerd en ontzettend blij dat ze een doel hebben in het leven.’
Don Bosco
Hoezeer het toeval een levensloop kan bepalen, blijkt uit het verhaal van Dorien. Zij studeerde klassieke talen en gaf vervolgens les op een middelbare school. ‘Maar dat bevredigde me niet echt.’ In 1995 ging zij een paar weken naar Kenia om als vrijwilliger mee te draaien in een educatief project met straatkinderen van de katholieke organisatie Don Bosco. Zij komt uit een sociaal bevlogen nest, en was al jong bekend met deze organisatie. In Kenia werd ze gegrepen door sociaal werk. ‘Ik wist: hier ben ik voor geboren. Het is prachtig om écht iets voor een ander mens te kunnen betekenen.’ Intussen was ze haar hart verloren aan de twintig jaar oudere Indiase priester Raj Joseph, de directeur van het Keniase opleidingscentrum van Don Bosco. Hun ontmoeting zette hun beider levens op z’n kop; zij besloot in Afrika te gaan wonen, hij trad uit als priester.
Samen wilden ze het jongerenwerk voortzetten in de Sub-Sahara-Afrika. ‘Raj had acht jaar ervaring in Kenia met educatief missiewerk en bezat een schat aan ervaring. Hij is de architect van ons businessmodel en bedacht hoe onze scholen eruit moeten zien.’ Het werd hun missie om jongeren vaardigheden bij te brengen zodat ze in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. In Zimbabwe waren ze meteen geïnteresseerd. ‘Er waren in het land wel middelbare scholen, maar toen nog geen beroepsopleidingen,’ vertelt Dorien. ‘Juist als jongeren de stap zetten naar zelfstandigheid, kunnen ze ondersteuning gebruiken.’ Om fondsen te werven, richtten ze een Nederlandse stichting op. ‘Toevallig was mijn vader net met vervroegd pensioen. Hij wilde voorzitter worden. Twee vriendinnen van me stapten ook in het bestuur. Jarenlang hebben zij in Nederland Young Africa gedragen.’ Lachend: ‘Een scheiding tussen mijn werk- en privéleven ken ik helemaal niet.’
Opleidingscentrum
Dorien ging Nederlandse sponsoren zoeken en ontmoette de eigenaar van het IT‑bedrijf Ruac, die in hun project geloofde. ‘Hij was bereid mij op de loonlijst te zetten voor een minimumsalaris van 1200 gulden waarvan Raj en ik konden leven.’ Haar oude middelbare school in Apeldoorn organiseerde in 2003 een grote actie. ‘Dat was nog zo’n belangrijk schakelmoment; met dat geld konden we echt gaan bouwen.’ Dorien en Raj waren inmiddels neergestreken in Chitungwiza, het grootste township van Zimbabwe met een miljoen inwoners. In leegstaande gebouwen van een katholieke kerk konden ze hun opleidingscentrum vestigen. Ze richtten ook een paar hostels in voor meiden die uit kindertehuizen kwamen en bij hen een vak leerden. Zelf woonden ze gewoon tussen de bevolking in het township.
Nadat ze een tweede scholingscentrum hadden opgezet, besloten ze in 2006 te verhuizen naar Mozambique. Daar bouwden ze een nieuw trainingscentrum en in de bush een landbouwopleidingscentrum. ‘Zodra een project loopt, dragen we het over aan lokale mensen,’ vertelt Dorien. ‘Het modelcentrum kunnen anderen kopiëren. We zitten in verschillende Afrikaanse landen om een zo groot mogelijke impact te hebben.’
Young Africa
Waar?
Zimbabwe, Mozambique, Zambia, Namibië, Angola en Nigeria.
Wat?
Young Africa geeft kansarme jongeren beroepsopleidingen en trainingen. Ze leren een vak, werk vinden, een eigen bedrijf starten en een zelfstandig leven opbouwen.
Waarom?
In deze landen in Afrika is de jeugdwerkloosheid extreem hoog.
Resultaten?
In de afgelopen 25 jaar bereikte Young Africa 350.000 jongeren. Van de 70.000 jongeren die een volledige beroepsopleiding volgden, verdient 70% nu zelf een goed inkomen. Daarbij voelt 98% zich gezonder, zekerder en beter voorbereid op het leven. In 2024 werden 26.000 jongeren ondersteund – en dat aantal blijft groeien. De kosten per student bedragen gemiddeld €725. Elke Elke geïnvesteerde euro levert binnen vijf jaar 6x zo veel op aan inkomen.